Dementie

Ook bij honden kan een vorm van hersenveroudering optreden. Bij honden spreken we echter niet over dementie, maar over Cognitieve Disfunctie Syndroom. Het vermogen om te onthouden en te leren is afgenomen. Deze aandoening lijkt op de menselijke aandoening Alzheimer.

Bij oudere honden ontstaan er vaak ophopingen van het eiwit amyloïde in bloedvaten. Hierdoor worden bloedvaten smaller en ontstaat er zuurstoftekort in de achterliggende gedeeltes van de hersenen. Het lichaam reageert hierop door de bloedvaten open te zetten waardoor er zuurstofrijker bloed in de bloedvaten stroomt. Dit zuurstofrijke bloed veroorzaakt echter veel radicalen (geladen zuurstofmoleculen). Radicalen zorgen voor schade in de hersenen. De schade uit zich in gedragsveranderingen bij je hond.

Symptomen
De symptomen van dementie sluipen lopen er langzaam in. De symptomen worden steeds erger, veel voorkomende symptomen van dementie bij een hond zijn:

Doelloos voor zich uit staren;
Veranderde sociale interacties: begroet/herkent de eigenaar niet meer of is juist ineens veel aanhankelijker dan voorheen;
Een ander slaappatroon: slaapt veel overdag, doolt ’s nachts door het huis;
Desoriëntatie/verward;
Waanbeelden: je hond hapt bijv. naar insecten die er niet zijn;
Weinig tot geen ruimtelijk inzicht;
Angst en paniek (verlatingsangst);
Onzindelijkheid.
Behandeling
Wanneer de dierenarts vast kan stellen dat de symptomen niet zijn ontstaan vanuit lichamelijke kwalen (bijv. nier- of leverproblemen) kan ervan uit gegaan worden dat de hond lijdt aan Cognitieve Disfunctie Syndroom (CDS).

Dit is niet te genezen, wel kan het proces vertraagd worden. Over dementie en de behandeling hiervan is over het algemeen nog weinig bekend. Wel is aangetoond dat sommige medicijnen, diëten en supplementen effect kunnen helpen het proces te vertragen.

Medicijnen
Er zijn enkele medicijnen op de markt die gebruikt worden voor de behandeling van dementie. Welk medicijn er door jouw dierenarts wordt voorgeschreven is afhankelijk van de diversiteit aan klachten.

Dieetvoer en/of supplementen
Aangetoond is dat antioxidanten de vorming van radicalen en vetzuren afremmen en het onschadelijk maken. Een dieetvoeding speciaal gericht op dementerende honden is bijvoorbeeld de Hills Precription Diet Canine B/D.

Hersentraining
Door je hond ook mentaal uit te dagen zorg je dat de geest scherp blijft. Hoe doe je dit?

Speel verstoppertje! Verstop een speeltje of iets lekkers en laat je hond het zoeken.
Ga puzzelen met je hond en koop een hondenpuzzel. Let er op dat je niet een té moeilijke puzzel kiest voor jouw hond, dit kan zorgen voor onnodige stress.
Een voerbal houdt je hond zowel fysiek als mentaal bezig. Door de bal op een bepaalde manier te rollen vallen er snoepjes/brokjes uit.
Omgaan met een dementerende hond
Met een combinatie van goede zorg, geduld, begrip en liefde kun je de levenskwaliteit van een dementerende hond wel degelijk verbeteren zodat je samen kan genieten van die laatste gouden jaren. Enkele tips voor het omgaan met een dementerende hond:

Spreek langzaam en duidelijk. Word niet boos op je hond.
Verander de omgeving zo min mogelijk.
Zorg voor structuur: laat je hond uit op vaste tijden en geef je hond op vaste tijden eten.
Open overdag de gordijnen en laat het dier naar buiten. Maak het ’s nachts volledig duister en plan een korte speelsessie of wandeling in voor het slapen.
Geef je hond vooral veel liefde! Dementie gaat vaak gepaard met angst. Geef je hond zelfvertrouwen om hem te belonen voor dingen die hij goed doet.

Dierenarts
De dierenarts kan vaststellen of de gedragsveranderingen niet vanuit een lichamelijke aandoening ontstaat. Zo kan je hond gedesoriënteerd zijn omdat hij blind/doof aan het worden is en kan hij onzindelijk zijn omdat hij zijn controle over zijn kringspieren is verloren. Wanneer lichamelijke aandoeningen zijn uitgesloten kan er dementie vastgesteld worden.

Je hond kan gedesoriënteerd zijn omdat hij blind/doof aan het worden is en kan bijvoorbeeld onzindelijk zijn omdat hij zijn controle over zijn kringspieren is verloren. Ga daarom altijd ter controle langs bij de dierenarts. De dierenarts kan vaststellen of de gedragsveranderingen niet vanuit een lichamelijke aandoening ontstaat.